Feiten en cijfers

Patiëntenpopulatie

 

  • De totale zorgpopulatie van alle centra aangesloten bij de Vereniging van Wijkgezondheidscentra bedraagt 70.262 patiënten op 01/01/2016, wat een stijging is van 8,3% in vergelijking met het registratiejaar 2014.
  • Wijkgezondheidscentrum De Zilveren Knoop heeft de kleinste patiëntenpopulatie (565 patiënten), Wijkgezondheidscentrum De Sleep de grootste populatie met 6.850 patiënten.
  • 95,1% van de patiënten vallen onder de forfaitaire betalingsregeling.De wijkgezondheidscentra verzorgen ook een kleine groep patiënten die niet onder de forfaitaire betalingsregeling vallen. Het aandeel niet-forfaitpatiënten bedraagt 5,0%. Het gaat hier voornamelijk over mensen in asielprocedure of mensen zonder papieren.
  • 38,6% van de forfaitpatiënten heeft recht op een verhoogde tegemoetkoming. Het al dan niet hebben van een verhoogde tegemoetkoming is een grove indicator van armoede.

  • Het aandeel patiënten met voorkeurregeling varieert sterk in de verschillende centra. Dit aandeel is in alle wijkgezondheidscentra, met uitzondering van buurgezondheidscentrum De Restèl (=13,1%), groter dan het Belgisch gemiddelde (= 17,9% – IMA-atlas 2014).
  • De gemiddelde leeftijd van de totale zorgpopulatie is 31,0 jaar. In wijkgezondheidscentrum De Vaart wordt de jongste patiëntengroep verzorgd (gemiddelde leeftijd  24,98) terwijl buurtgezondheidscentrum De Restèl de oudste populatie kent (gemiddelde leeftijd 40,42). Een jonge populatie in vergelijking met de gemiddelde leeftijd van de populatie in Vlaanderen 41,6 (cijfers ADSEI – 2010)
  • De man-vrouw verdeling binnen de totale zorgpopulatie is zo goed als gelijk; gemiddeld genomen zijn er 49,73% mannen en 50,17% vrouwen.

Personeel

 

  • Op 31 december 2015 werden in de sector 642 mensen tewerkgesteld, waarvan 546 betaalde werknemers (= groei van 8,6% tov 2014) en 96 vrijwilligers. Dit betekent respectievelijk 366,03 Voltijds Equivalenten (VTE) en 17,12 VTE.
  • Het kleinste centrum is wijkgezondheidscentrum De Zilveren Knoop met 4,29 VTE (8 personeelsleden), in wijkgezondheidscentrum De Sleep werkten op 31 december 37,17 VTE (51 personeelsleden) en is daarmee het grootste centrum.
  • De sector stelt voornamelijk vrouwen tewerk: gemiddeld is 78% van de betaalde werknemers in een centrum vrouw. 55% van de mannen, tewerkgesteld in een wijkgezondheidscentrum, werkt er als arts of kinesist.
  • De gemiddelde leeftijd van de werknemers is 40 jaar, de jongste ploeg is aan de slag in wijkgezondheidscentrum Kapellenberg (36 jaar), de oudste in wijkgezondheidscentrum De Central (47 jaar).
  • 53,8% van alle (betaalde) werknemers werkt als arts, verpleegkundige of kinesitherapeut, 11,4% werkt in een andere zorgverstrekkende discipline. 21,1% is werkzaam in een ondersteunende patiënt-zorgverstrekker functie (gezondheidspromotie, onthaal, zorgcoördinatie …). 21,8% faciliteert de organisatie van het centrum (administratie, coördinatie, onderhoud …). De som van deze clusters is groter dan 100% omdat bepaalde werknemers meer dan 1 functie op zich nemen.

 

 

Gemiddeld zijn er in de wijkgezondheidscentra 1,79 VTE huisartsen (huisartsen en huisartsen in opleiding) per 1000 patiënten. Deze figuur toont dat wijkgezondheidscentrum  De Punt het centrum is met het laagste aantal VTE huisartsen per 1000 patiënten (1,34) en buurgezondheidscentrum De Restèl met het hoogste aantal (2,21). Alle centra hebben één of meerdere verpleegkundigen (verpleegkundigen & zorgkundigen) in dienst, gemiddeld 0,77 VTE per 1000 patiënten.

 

Wijkgezondheidscentrum Wel en Wee kent de kleinste verpleegequipe per 1000 patiënten (0,08 VTE) en buurtgezondheidscentrum De Restèl de grootste (1,48 VTE). 14 centra hebben een kinesitherapeut in dienst, gemiddeld 0,86 VTE per 1000 patiënten waarbij wijkgezondheidscentrum  De Vaart 0,30 VTE tewerkstelt per 1000 patiënten en buurtgezondheidscentrum Althea 0,94 VTE  per 1000 patiënten, waarmee het onmiddellijk ook de grootste VTE-equipe kinesitherapeuten in de sector heeft

Contacten

 

In 2015 werden er 565.847 contacten geregistreerd (518.801 in 2014): 327.589 bij artsen (57,89%), 161.318 bij verpleegkundigen (28,51%), 68.497 bij kinesitherapeuten (12,11%) en 8.443 bij maatschappelijk werkers (1,49%). Van de 44.926[1] forfaitpatiënten die het hele jaar 2015 ingeschreven waren had 84% minstens 1 contact met arts, verpleging of kinesitherapeut.

 

Het jaarlijks gemiddeld aantal contacten per forfait-patiënt met een arts bedraagt 4,50, met een verpleegkundige 2,29 en met een kinesitherapeut 1,50. We stellen vast dat de geregistreerde contactfrequentie bij de patiënten in forfait hoger is dan bij de patiënten niet in forfait.

Er zit een grote spreiding op het gemiddeld aantal artsencontacten per patiënt, met wijkgezondheidscentrum De Regent (3,82) en wijkgezondheidscentrum De Zilveren Knoop (6,08) als uitersten. De spreiding is nog groter voor het gemiddeld aantal contacten met de verpleegkundige met wijkgezondheidscentrum De Regent (0,26) en buurtgezondheidscentrum De Restèl (6,14) als uitersten. Van de centra die een kinesitherapeut in dienst hebben, contacteren de patiënten in wijkgezondheidscentrum De Kaai het vaakst de kinesitherapeut (2,72), in wijkgezondheidscentrum De Vaart het minst (0,59).

[1] Stabiele forfaitpatiënten van 18 centra