Gezondheidspromotie

De wijkgezondheidscentra onderschrijven de definitie van gezondheidspromotie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO): Gezondheidsbevordering stelt mensen in staat om meer controle te verwerven over hun gezondheid. Het omvat een breed scala aan sociale en omgevingsinterventies gericht op het beschermen en verbeteren van gezondheid en levenskwaliteit. Deze interventies zijn gericht op het aanpakken van de oorzaken van een slechte gezondheid en niet enkel op behandeling en genezing.

 

Dit model van Dahlgren en Whitehead (1991) geeft de belangrijkste determinanten van gezondheid aan:

De initiatieven van het wijkgezondheidscentrum met betrekking tot gezondheidspromotie situeren zich bij voorkeur op verschillende actieterreinen van het Ottawa-charter for health promotion (WHO, 1986):

 

  • Het beïnvloeden van het lokaal, regionaal en nationaal overheidsbeleid, om een gezonder overheidsbeleid te ontwikkelen
  • Het meewerken aan een gezondheidsbevorderende omgeving
  • Het versterken van initiatieven van de gemeenschap
  • Het ontwikkelen van persoonlijke overtuigingen, waarden en vaardigheden
  • Het heroriënteren van gezondheidsvoorzieningen

 

 

Ze hebben niet alleen het verbeteren van gezondheid en welzijn van de eigen patiëntengroep tot doel, maar vaak ook die van de buurt of wijkbewoners.

 

Met deze initiatieven wensen de wijkgezondheidscentra ook bij te dragen aan het verkleinen van de sociale ongelijkheid in gezondheid.  Een belangrijke inspiratiebron daarbij zijn de aanbevelingen uit The Marmot review.

 

Eén van deze aanbevelingen gaat over de strategie van het “proportioneel universalisme”.  Dat houdt in dat gezondheidsongelijkheid onvoldoende zal afnemen indien men zich enkel richt op de meest kwetsbare groepen, en acties daarom universeel moeten zijn, maar met een schaal en intensiteit in overeenstemming met het niveau van achterstelling.  Samen met VIGeZ en het Netwerk tegen Armoede maakte de Vereniging van Wijkgezondheidscentra hierover in 2015 een nota op.