Ontstaan van de wijkgezondheidscentra

Begin jaren ’80 besteedde de toenmalige BRT in uitzendingen van Verover de Aarde en Ommekaar aandacht aan de ontwikkelingen in de eerstelijnsgezondheidszorg en het toen nieuwe model “wijkgezondheidscentrum”.   Buurtgezondheidscentrum De Restèl in Alken, dat vooral in het tweede programma uitgebreid aan bod kwam, maakte een compilatie ter gelegenheid van hun 40-jarig bestaan in 2016.

Uit de oude doos

De eerste wijkgezondheidscentra in Vlaanderen werden opgestart midden jaren ’70 door huisartsen die in hun studententijd actief waren in zogenaamde “socio-medicale” werkgroepen in de Vlaamse medische faculteiten. Ze ontstonden in de nasleep van de kritische studentenbeweging van mei ’68.  Maatschappelijke bewegingen als “Wereldscholen” leverden inspiratie bij het beantwoorden van de vraag waarmee een groeiend aantal studenten geneeskunde worstelde: “Hoe kunnen we ons beroep als arts meer dienstbaar maken aan de noden en behoeften in de samenleving, vooral van degenen die het moeilijk hebben om maatschappelijk mee te tellen”?  De initiatiefnemers ijverden voor een toegankelijke zorg op mensenmaat, waarbij niet alleen medische maar ook sociale en culturele elementen van gezondheid werden opgenomen.

 

Ook het Canadese model van de Centres Locaux de Santé Communautaires  (Quebec), opgezet door buurtbewoners en studenten, leverde inspiratie.

Studiegroepen gingen aan de slag en formuleerden het concept “wijkgezondheidscentrum” als een mogelijk alternatief voor een zinvolle professionele toekomst. Zo’n centrum zou op wijkniveau op de eerste lijn een multidisciplinair (huisarts, thuisverpleging, maatschappelijk werk, kinesitherapie en dieetbegeleiding) antwoord bieden aan de lichamelijke, psychische en sociale problemen van de lokale bevolking en in hoge mate aandacht hebben voor preventie en gezondheidspromotie en participatie van patiënten en wijkbewoners.

 

Laagdrempeligheid en toegankelijkheid werden belangrijke uitgangspunten, en om die te kunnen realiseren wenste men een alternatieve financieringsvorm voor de betaling per prestatie. Op het eind van de jaren ’70 werd dan ook de Vlaamse Vereniging voor Forfaitaire Geneeskunde opgericht. Ook andere hinderpalen voor het realiseren van multidisciplinaire samenwerking op basis van gelijkwaardigheid dienden te worden aangepakt, wat onder andere leidde tot een actie voor een fundamentele hervorming van de Orde der Geneesheren.

 

In 1976 starten de eerste wijkgezondheidscentra: De Restèl in Alken en De Sleep in Gent.

 

De meeste wijkgezondheidscentra werden opgericht op initiatief van huisartsen en andere hulpverleners.  Ook vrijwilligers speelden op vele plaatsen een belangrijke rol bij de oprichting.  In de laatste jaren lagen ook impulsen uit het welzijnsveld aan de basis van de oprichting van nieuwe wijkgezondheidscentra.

1976

De Restèl (Alken) & De Sleep (Gent)

1978

Botermarkt (Ledeberg)

1979

De Brug (Molenbeek)

1981

Brugse Poort (Gent)

1983

Zwartberg-Waterschei, nu Althea (Genk)

1995

De Ridderbuurt (Leuven)

2000

Nieuw Gent (Gent)

2003

Daenshuis (Aalst)

2004

De Central (Kessel-Lo)

2005

De Kaai (Gent) & De Vlier (Sint-Niklaas)

2007

Wel en Wee (Mechelen)

2008

Medikuregem (Anderlecht) & De Regent (Antwerpen) & De Vaart (Vilvoorde)

2009

Vierkappes (Tienen)

2010

Watersportbaan (Gent)

2011

Zuidrand (Antwerpen)

2012

De Zilveren Knoop (Lier)

2013

De Punt (Gentbrugge) & GC Lokeren (Lokeren)

2016

Malpertuus (Gent) & De Wille (Willebroek) & Caleido (Leuven)

2017

De Piramide (Menen) & De Hoek (Oostende)