Wij staken niet mee omdat wij kiezen voor onze patiënten
Er is een aanzegging voor een artsenstaking op 7 juli. Die dag zullen wij, net als andere dagen, zorg blijven verlenen aan onze patiënten. Niet alleen vinden we het onethisch om als zorgverleners te staken en zo patiënten de nodige zorg te ontzeggen, ook inhoudelijk stellen we ons ernstige vragen bij
de aard, toon en motivering van de stakingsoproep.
Hoewel de oproep tot staking veel media-aandacht krijgt, gaat het in realiteit om een minderheid vande huisartsen. De stem van de artsensyndicaten BVAS en het Kartel klinkt luid, terwijl andere standpunten – waaronder dat van Domus Medica – worden weggezet als “volgzaam”. Wij zien de
polarisering binnen de beroepsgroep met lede ogen aan en kiezen bewust voor een andere benadering.
Wij werken in multidisciplinaire teams van zorgverstrekkers in de wijkgezondheidscentra, die niet per prestatie maar forfaitair gefinancierd worden. Wij gingen met elkaar in gesprek over het voorstel van de kaderwet enerzijds, en de reacties daarop anderzijds. Vanuit de Vereniging van Wijkgezondheidscentra willen we enkele fundamentele bezorgdheden en uitgangspunten delen.
Wij zetten ons in voor een kwaliteitsvolle, toegankelijke gezondheidszorg waarbij de patiënt centraalstaat. Maatschappelijk engagement is een kernwaarde van onze identiteit als zorgverlener. Hoe de zorg georganiseerd en gefinancierd wordt, binnen de grenzen van solidariteit en betaalbaarheid, isvoor ons een belangrijk aandachtspunt.
Onze eerste bekommernis is dat patiënten zorg kunnen krijgen zonder drempels of angst voor dekostprijs. In een rechtvaardig systeem moet niemand zorg uitstellen omwille van financiële onzekerheid. Toch blijkt uit het Solidaris-rapport van 2024 dat één op vier mensen zorg uitstelt omwille van kosten. Dat is maatschappelijk onaanvaardbaar en schaadt de gezondheid. De huidige praktijk waarbij artsen ereloonsupplementen tot 300% bovenop het basistarief aanrekenen, ondergraaft elk gevoel van billijkheid in het systeem. Zulke verschillen zijn niet alleen onhoudbaar, maar ook strijdig met onze medische ethiek en deontologie, die ons opdraagt het belang van de patiënt boven eigen financiële belangen te plaatsen.
Wij verwelkomen dan ook dat het conventiesysteem herbekeken wordt als deel van een bredere hervorming die vertrekt vanuit het perspectief van toegankelijkheid en kwaliteit van gezondheidszorg. Transparantie en herverdeling zijn noodzakelijk om zorg betaalbaar en rechtvaardig te houden. Maar
deze discussie kan niet beperkt blijven tot honoraria van artsen. Ze moet ook gaan over de inkomens van andere zorgverstrekkers zoals verpleegkundigen, vroedvrouwen en kinesitherapeuten. De kloof tussen zorgdisciplines is niet alleen financieel oneerlijk, ze ondermijnt ook samenwerking en kwaliteit.
Dat sommige artsen suggereren dat hervormingen zoals een beperking van supplementen of een herziening van het conventiesysteem het einde zouden betekenen van kwaliteitsvolle zorg is niet wetenschappelijk onderbouwd. Die bewering is niet alleen disproportioneel, maar negeert ook het maatschappelijk belang. Het Grondwettelijk Hof heeft in 2024 al geoordeeld dat dergelijke maatregelen geen afbreuk doen aan de kwaliteit van zorg, noch leiden tot een uitstroom van artsen. Zulke doembeelden verbergen vaak vooral een onwil om in te leveren op financiële privileges.
Een herverdeling van de inkomens binnen de groep van zorgverstrekkers dringt zich op, en kan niet los gezien worden van de huidige financiering van de ziekenhuizen. Voor ons is één ding duidelijk: verhoging van de eigen bijdragen van de patiënt (de “remgelden”), is niet aan de orde.
Wij willen als zorgverlener op een wetenschappelijke onderbouwde manier werken waarbij de doelen van de patiënt centraal staan, in een systeem dat voorziet in toegankelijke diagnose en therapie, beschikbaarheid van medicatie en korte wachttijden.
Daarvoor hebben we een overheid nodig die investeert in een solidaire en rechtvaardige gezondheidszorg: met transparante financiering, een sterk IT-beleid, en steun voor interdisciplinaire samenwerking in geïntegreerde zorg. Een overheid die de moed heeft om te hervormen, niet om te verdelen. Een overheid die medische tarieven niet als marktprijzen ziet, maar als instrumenten van publieke verantwoordelijkheid.
We merken dat deze hervorming in sommige artsenkringen al geframed wordt als een opmaat naar ‘staatsgeneeskunde’, waarbij het forfaitaire model tot symbool wordt verheven van alles wat men vreest. De emoties laaien op in een al gespannen politiek klimaat. Maar wij zien hier ook een kans.
Een kans om opnieuw scherp te stellen wat wij bedoelen met toegankelijke zorg – een begrip dat meer dan ooit inzet is van maatschappelijke discussie. Onze invulling daarvan, die wortelt in solidariteit, nabijheid en gedeelde verantwoordelijkheid, staat lijnrecht tegenover een zorglogica die toegankelijkheid verengt tot keuzevrijheid voor wie het kan betalen.
Wij kiezen voor verbondenheid met onze patiënten, met andere zorgverstrekkers en het bredere zorgsysteem. Wij staken niet, omdat wij kiezen voor onze patiënten en omdat we geloven in samenwerking, hervorming en gedeelde verantwoordelijkheid. Niet in polarisering. De maatschappelijke rol van de arts bestaat er niet in om zijn tariefvrijheid te verdedigen, maar om de toegang tot zorg te garanderen.
Dit artikel werd massaal ondertekend en verscheen ook in verkorte versie in De Morgen op 07/07/2025